Nederland loopt momenteel achter op internationale koplopers op het gebied van robotdichtheid. Waar Nederland circa 264 robots per 10.000 werknemers telt, ligt dit aantal in landen als Zuid-Korea, China en Duitsland aanzienlijk hoger, variërend van 400 tot meer dan 1.000. Om het concurrentieniveau te herstellen, is een productiviteitsstijging van minimaal 50% noodzakelijk.
De lange termijn
Zonder gerichte actie dreigen de gevolgen snel zichtbaar te worden. Op korte termijn leiden arbeidstekorten tot inefficiënties en hogere kosten. Op middellange termijn groeit de technologische achterstand, terwijl op lange termijn structurele schade ontstaat in de vorm van verlies aan industrie, werkgelegenheid en strategische autonomie.
Robotisering biedt daarentegen concrete kansen. Door hogere inzetbaarheid, verbeterde productkwaliteit en lagere foutmarges dragen robots direct bij aan efficiëntere productie. De integratie van AI maakt systemen bovendien flexibeler en eenvoudiger inzetbaar, wat met name relevant is voor de Nederlandse high-mix-low-volume productie.
Het advies
Om deze transitie te versnellen, pleit TNO voor een nationale robotiseringsagenda. Kernpunten hierin zijn onder andere het versterken van kennisdeling en bewustwording, het stimuleren van standaardisatie en ecosystemen, investeren in onderwijs en vaardigheden, internationale positionering en gerichte ondersteuning van het mkb via onder andere fieldlabs en innovatieve financieringsvormen.
De boodschap is helder: robotisering is geen keuze, maar een noodzakelijke voorwaarde om de Nederlandse maakindustrie toekomstbestendig te houden.
Lees hier het artikel van TNO.